CONTACT mail iconphone iconwhatsapp icon

Welke informatie is nodig voor een artist impression?

Welke bestanden en projectinformatie helpen om snel tot een goed en betrouwbaar beeld te komen

Kennis over vastgoedvisualisatie

Voor het maken van een artist impression hebben we in de eerste plaats een goed 3D-model van het project nodig. Daarnaast gebruiken we actuele tekeningen, materiaalinformatie, situatie- en groenplannen en informatie over de gewenste sfeer en doelgroep. Het liefst ontvangen we bij de start zoveel mogelijk actuele informatie. Niet alles hoeft dan al definitief te zijn, maar het is wel belangrijk dat duidelijk is welke informatie de laatste stand van het ontwerp weergeeft en welke onderdelen nog in ontwikkeling zijn.

Waarom goede projectinformatie zo belangrijk is

Op het moment dat wij met de artist impressions beginnen, is een project vaak al ver gevorderd. Regelmatig is het Definitief Ontwerp (DO) gereed en hebben architect, ontwikkelaar en andere betrokken partijen al maanden of soms zelfs jaren aan het plan gewerkt.

Voor hen is veel informatie inmiddels vanzelfsprekend. Ze kennen het ontwerp van binnen en van buiten, weten waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt en hebben vaak tientallen eerdere versies van het plan gezien.

Wij komen op dat moment juist blanco het project binnen.

In relatief korte tijd moeten wij begrijpen hoe het ontwerp in elkaar zit, welke onderdelen belangrijk zijn, wat de belangrijkste kwaliteiten van het plan zijn en welke keuzes inmiddels definitief zijn. Alleen dan kunnen we visualisaties maken die niet alleen mooi zijn, maar ook daadwerkelijk het ontwerp en het verhaal achter het project goed weergeven.

Goede en actuele projectinformatie helpt ons om die kennisachterstand snel in te halen. Een compleet 3D-model, de laatste tekeningen, materiaalinformatie en een korte toelichting op de belangrijkste uitgangspunten van het plan kunnen daarbij veel verschil maken.

Tegelijkertijd hoeft dat niet te betekenen dat werkelijk alles definitief moet zijn voordat we kunnen beginnen. In de praktijk starten we regelmatig terwijl bepaalde onderdelen nog verder worden uitgewerkt.

Welke bestanden ontvangen we het liefst bij de start?

Voor een vastgoedproject ontvangen we idealiter:

  • PDF-tekeningen van het project;
  • 3D-modellen, bij voorkeur in FBX-formaat;
  • een materiaalstaat en eventueel foto's van monsterborden en materiaalreferenties;
  • DWG- en PDF-tekeningen van de situatie, het inrichtingsplan en het groenplan;
  • referentiebeelden voor materialisatie, aankleding en sfeer;
  • een omschrijving van de doelgroep;
  • informatie over het doel van de beelden en eventueel gewenste standpunten.

Niet alles hoeft op de eerste dag beschikbaar te zijn. Het 3D-model is meestal het belangrijkste bestand om mee te kunnen beginnen.

Het 3D-model is de belangrijkste basis

Bij vrijwel ieder project ontvangen we tegenwoordig een 3D-model van de architect of opdrachtgever.

Dat model vormt de belangrijkste basis voor de visualisatie. We gebruiken het om de geometrie van het gebouw over te nemen en verder geschikt te maken voor het maken van fotorealistische beelden.

Onze voorkeur gaat uit naar een FBX-bestand. FBX is een algemeen uitwisselingsformaat binnen Autodesk-software en kunnen wij goed inlezen. In onze workflow geeft dit doorgaans de minste kans op problemen bij de conversie.

Ook andere formaten zijn mogelijk. We ontvangen bijvoorbeeld regelmatig IFC-, OBJ- en SKP-bestanden. Ongeacht het bestandsformaat controleren we een aangeleverd model altijd voordat we ermee verder werken.

Waarom hebben we naast het 3D-model ook tekeningen nodig?

Een 3D-model alleen is niet voldoende.

Bij het converteren van een model naar andere 3D-software kan informatie verdwijnen. Soms gebeurt juist het tegenovergestelde en worden onderdelen zichtbaar die in het oorspronkelijke programma verborgen waren.

Daarnaast komt het voor dat het aangeleverde 3D-model niet helemaal overeenkomt met de laatste stand van het ontwerp.

Daarom ontvangen we naast het 3D-model altijd graag de meest recente PDF-tekeningen. Die gebruiken we als controlemiddel. Zo kunnen we tijdens het voorbereiden van het model controleren of bijvoorbeeld gevels, kozijnen, dakvormen en andere onderdelen overeenkomen met het actuele ontwerp.

Moet het ontwerp helemaal af zijn voordat we kunnen beginnen?

Nee.

Het liefst ontvangen we natuurlijk zoveel mogelijk informatie voordat we starten. Dat werkt het efficiëntst en verkleint de kans dat onderdelen later opnieuw moeten worden aangepast.

In de praktijk is een vastgoedontwerp echter regelmatig nog in ontwikkeling wanneer de visualisaties beginnen.

Bij een project met meerdere gebouwen kan bijvoorbeeld één gebouw al gereed zijn terwijl de architect nog aan de andere gebouwen werkt. We kunnen dan alvast met het eerste gebouw beginnen.

Het kan ook andersom. Soms kunnen we de situatie en omgeving alvast opbouwen terwijl het definitieve gebouwmodel later wordt aangeleverd.

We modelleren in zo'n geval eerst de onderdelen die voldoende zijn uitgewerkt en vullen het project later verder aan.

Welke informatie hebben we nodig over materialen?

De materiaalstaat is hiervoor het belangrijkste document.

Daarin staan idealiter onder andere RAL-kleuren, merken, producttypen, gevelmaterialen, kozijnen, dakmaterialen en andere belangrijke afwerkingen.

In de praktijk zijn materiaalstaten helaas niet altijd volledig of eenduidig.

Een merk en producttype vertellen bijvoorbeeld niet altijd welke exacte uitvoering bedoeld wordt. Bij baksteen is niet alleen de soort steen belangrijk, maar ook de sortering en de onderlinge kleurvariatie.

Daarom zijn foto's van monsterborden en referentieprojecten vaak erg waardevol. Een referentiebeeld kan veel duidelijker laten zien hoe een materiaal er in werkelijkheid uit moet zien dan alleen een productomschrijving.

Ook afbeeldingen op websites van leveranciers zijn niet altijd voldoende. Kleur, glans, structuur en andere materiaaleigenschappen kunnen op zulke productafbeeldingen anders overkomen dan in werkelijkheid.

Wat als de materialen nog niet definitief zijn?

Ook dat hoeft het starten van de visualisatie niet altijd tegen te houden.

Als bepaalde materiaalkeuzes nog niet definitief zijn, kunnen we het 3D-model tijdelijk voorzien van voorlopige materialen. Zodra de definitieve keuzes bekend zijn, kunnen die materialen worden vervangen.

Wel is het prettig wanneer duidelijk wordt aangegeven welke onderdelen definitief zijn en welke nog kunnen veranderen.

Waarom zijn het situatieplan en groenplan belangrijk?

Een artist impression bestaat meestal uit veel meer dan alleen het gebouw.

Afhankelijk van het project moeten we bijvoorbeeld rekening houden met kavels, wegen, parkeerplaatsen, bestrating, bomen, beplanting, openbaar groen, lantaarnpalen, containers, laadpalen, straatprofielen en overige inrichting van de openbare ruimte.

Deze informatie halen we onder andere uit het inrichtingsplan, situatieplan en groenplan.

Die onderdelen zitten lang niet altijd in het 3D-model van de architect. En als ze er wel in staan, is het detailniveau vaak onvoldoende voor een realistische visualisatie.

Daarom bouwen we de omgeving regelmatig grotendeels zelf op basis van DWG- en PDF-tekeningen.

Ook hierbij geldt dat een plan nog niet volledig definitief hoeft te zijn. We kunnen eerst de onderdelen modelleren die al vaststaan en andere onderdelen later toevoegen.

Waarom zijn referentiebeelden nuttig?

Materialisatie

Voor materialen helpen referentiebeelden ons om beter te begrijpen hoe de opdrachtgever het uiteindelijke materiaal voor zich ziet.

Een foto van een monsterbord, bestaande gevel of vergelijkbaar project kan bijvoorbeeld veel duidelijker zijn dan alleen een technische omschrijving. Het doel is dat het materiaal in de visualisatie zo goed mogelijk overeenkomt met wat daadwerkelijk wordt toegepast.

Sfeer en uitstraling

Referentiebeelden kunnen ook helpen om de gewenste sfeer te bepalen.

Een project kan bijvoorbeeld luxe en rijk worden gepresenteerd, industrieel en stoer zijn, juist ingetogen worden gehouden of als zonnig dagbeeld, zonsondergang of avondbeeld worden gemaakt.

Die keuzes staan niet los van de rest van de projectcommunicatie. De visualisaties moeten aansluiten op het verhaal waarmee het project in de markt wordt gezet.

Welke informatie hebben we nodig over de doelgroep?

Daarvoor is meestal geen uitgebreid marketingonderzoek nodig.

Een omschrijving als starters, gezinnen, senioren of hoog segment geeft vaak al voldoende richting.

Als er meer informatie beschikbaar is, kunnen we daar natuurlijk nog nauwkeuriger op aansluiten. Ook woningtype en verkoopprijs zeggen vaak al veel over de doelgroep.

Die informatie gebruiken we bijvoorbeeld bij keuzes voor aankleding, mensen, auto's, tuinmeubilair en de algemene sfeer van een beeld.

Wie bepaalt de standpunten van de artist impressions?

Dat verschilt per project.

Sommige opdrachtgevers weten vooraf al ongeveer wat ze in beeld willen brengen. Soms zijn zelfs de exacte standpunten al bepaald.

Bij andere projecten wordt juist aan ons gevraagd om een voorstel te maken voor het aantal beelden en de beste camerastandpunten.

Om daar goed over te kunnen adviseren, willen we vooral weten waarvoor de impressies worden gebruikt, wat de opdrachtgever ermee wil bereiken, welke kwaliteiten van het ontwerp belangrijk zijn en welke onderdelen van het project extra aandacht verdienen.

Als bijvoorbeeld de relatie tussen de woningen en een belangrijke groenstrook een uitgangspunt van het ontwerp is, kan het verstandig zijn om een beeld te kiezen waarin die relatie duidelijk zichtbaar wordt.

Hetzelfde geldt wanneer woningen bijvoorbeeld allemaal uitkijken op een gezamenlijke binnentuin. Zo'n kwaliteit moet dan bij voorkeur ook in de visualisaties naar voren komen.

Architectonisch mooi is niet altijd commercieel het beste standpunt

Bij het bepalen van standpunten speelt soms een interessant spanningsveld.

Een architect kan een camerastandpunt kiezen waarmee de architectuur en compositie van het gebouw optimaal tot hun recht komen. Vanuit verkoop en marketing kan een ander standpunt echter beter werken.

Een potentiële koper wil bijvoorbeeld goed kunnen begrijpen waar een woning ligt, hoe de buitenruimte eruitziet of welke relatie er bestaat tussen de woning en de omgeving.

Het mooiste architectuurbeeld is daardoor niet automatisch het meest informatieve verkoopbeeld. Bij het adviseren over standpunten proberen we daarom rekening te houden met zowel het ontwerp als het uiteindelijke gebruik van de visualisaties.

Hebben we foto's van de bestaande locatie nodig?

Meestal niet.

Voor het modelleren van de bestaande omgeving kunnen we tegenwoordig in veel gevallen gebruikmaken van Google Street View. De beschikbare beelden zijn op veel locaties gedetailleerd genoeg om de omgeving goed te kunnen reconstrueren.

Architecten hebben daarnaast vaak zelf foto's van de locatie gemaakt. Als bepaalde onderdelen niet duidelijk zijn op Street View, vragen we die foto's soms op.

Zelf maken we maar af en toe foto's op locatie. Dat gebeurt vooral wanneer er een fotomontage gemaakt moet worden.

Dronefoto's voor vogelvluchtimpressies

Bij vogelvluchtimpressies gebruiken we wel regelmatig bestaande foto's.

Daarbij kan bijvoorbeeld een dronefoto van de locatie worden gemaakt waarin we het nieuwe 3D-model monteren.

Het voordeel daarvan is dat de daadwerkelijke bestaande omgeving direct als basis voor het beeld wordt gebruikt. Het toekomstige project kan daardoor zeer herkenbaar in zijn werkelijke omgeving worden gepresenteerd.

Wat gaat er bij de aanlevering het vaakst mis?

Het meest voorkomende probleem is dat relevante informatie in eerste instantie niet wordt aangeleverd.

Tijdens het project blijkt dan bijvoorbeeld dat er toch nog een aparte tekening van een bepaald onderdeel bestaat. Of er blijkt bij de landschapsarchitect een uitgebreid inrichtingsplan beschikbaar te zijn waar we aanvankelijk niet van op de hoogte waren.

Ook komt het voor dat per ongeluk een oudere versie van een tekening of 3D-model wordt verstrekt.

Dat kan onnodig extra werk veroorzaken. Een onderdeel dat we al hebben gemodelleerd of gematerialiseerd moet dan opnieuw worden aangepast zodra de actuele informatie beschikbaar komt.

Daarom is het bij de start vooral belangrijk om te controleren welke informatie bij alle betrokken partijen beschikbaar is en welke versies daarvan het meest actueel zijn.

Alles compleet aanleveren is ideaal, maar niet altijd noodzakelijk

Een complete set actuele informatie is de beste start voor een visualisatieproject.

Maar vastgoedontwikkeling is een proces waarin verschillende disciplines tegelijkertijd aan een ontwerp werken. Het is daarom heel normaal dat niet alles op hetzelfde moment definitief is.

Zolang duidelijk is wat er al beschikbaar is, welke informatie nog volgt en welke onderdelen nog kunnen veranderen, kunnen we daar in de planning en opbouw van het 3D-model rekening mee houden.

Zo hoeft het wachten op één onderdeel niet automatisch te betekenen dat het hele visualisatietraject stil komt te liggen.

Een project laten visualiseren?

Wil je weten welke informatie we voor jouw project nodig hebben? Stuur ons gerust de beschikbare tekeningen en het 3D-model, dan kunnen we snel beoordelen wat er al bruikbaar is en wat eventueel nog nodig is. Neem daarvoor contact met ons op.