CONTACT mail iconphone iconwhatsapp icon

Hoe kies je de juiste standpunten voor artist impressions?

Over doel, doelgroep, compositie, camerahoogte en beeldhoek

Kennis over vastgoedvisualisatie

Het beste standpunt voor een artist impression bestaat niet zonder context. De juiste keuze hangt af van het aantal beelden, het doel waarvoor ze worden gebruikt, de doelgroep en de belangrijkste kwaliteiten van het ontwerp. Binnen die voorwaarden zoeken we naar het standpunt dat het gebouw optimaal laat zien en tegelijk een sterke compositie oplevert.

Wat moet het beeld vertellen?

Een camerastandpunt bepaalt veel meer dan alleen welke gevel zichtbaar is. Het bepaalt hoe groot een gebouw lijkt, welke relatie het heeft met de omgeving en welke onderdelen van het ontwerp de meeste aandacht krijgen.

Daarom beginnen we niet met de vraag vanaf welke plek het gebouw er het mooist uitziet. Eerst moet duidelijk zijn wat het beeld moet vertellen, waarvoor het wordt gebruikt en voor wie het wordt gemaakt.

Bij een ontwerp dat sterk gericht is op groen, een binnentuin of een andere buitenruimte zoeken we bijvoorbeeld naar een standpunt dat die relatie duidelijk laat zien. Bij een meer intern gericht gebouw kunnen juist de gevel, hoofdentree of opbouw van het volume belangrijker zijn.

Het aantal beelden verandert de keuze

Wanneer er maar één artist impression wordt gemaakt, moet dat beeld zoveel mogelijk de kern van het project raken. Vaak kiezen we dan voor de voorgevel, de belangrijkste straat, het meest iconische beeld of de hoek waaronder het gebouw het sterkst tot zijn recht komt.

Bij een serie van bijvoorbeeld tien beelden hoeft niet iedere impressie het hele verhaal te vertellen. Het eerste beeld blijft meestal het visitekaartje, maar de overige standpunten kunnen elkaar aanvullen met andere gevels, entrees, woningtypen, buitenruimtes en sferen.

Daardoor kan ieder afzonderlijk beeld eenvoudiger en sterker worden opgebouwd. De complete serie geeft dan samen een vollediger beeld van het project.

Architectonisch sterk of commercieel effectief?

De standpunten hangen sterk samen met het uiteindelijke gebruik van de visualisaties. Voor een architectenpresentatie, prijsvraag of tender ligt de nadruk meestal op de architectonische kwaliteit. Een sterke zichtlijn, een spannend doorkijkje of een bijzondere compositie kan dan veel waarde hebben.

Bij verkoop ligt de nadruk anders. Het beeld moet aantrekkelijk zijn, maar een potentiële koper moet ook kunnen begrijpen waar en hoe hij of zij straks zou kunnen wonen. De individuele woning en de plaats daarvan op het kavel en in de straat zijn dan vaak belangrijker.

Tegelijkertijd draait een verkoopbeeld niet alleen om informatie. Het moet ook sfeer overbrengen en laten voelen hoe een straat, woonblok of buurt er straks uit kan zien. De consument moet zichzelf in het beeld kunnen plaatsen.

Bij woningbouw wordt daarom vaak gekozen voor een combinatie: beelden van de verschillende woningtypen én enkele ruimere beelden die de samenhang en sfeer van de nieuwe woonomgeving laten zien.

Doel en doelgroep bepalen de nadruk

Grotendeels kunnen dezelfde standpunten bruikbaar zijn voor verschillende toepassingen, maar de nadruk verschuift. Een verkoopbeeld moet andere vragen beantwoorden dan een beeld voor een prijsvraag, architectenpresentatie of planbeoordeling.

Bij communicatie met gemeente, welstand of omwonenden kan het bijvoorbeeld belangrijk zijn om de schaal, afstand tot bestaande bebouwing, openbare ruimte of aansluiting op de omgeving goed inzichtelijk te maken. Meer daarover lees je in artist impressions voor welstand, gemeente en omwonenden.

Het karakter van het ontwerp blijft daarbij altijd leidend. Het standpunt moet de belangrijkste uitgangspunten van het plan zichtbaar maken, maar wel op een manier die past bij degene die het beeld uiteindelijk bekijkt.

Camerahoogte: op, onder of boven ooghoogte?

Een belangrijke keuze is of de camera ongeveer op ooghoogte staat of daar bewust van afwijkt. Een standpunt op ooghoogte voelt natuurlijk en maakt het voor de kijker eenvoudig om zichzelf in de situatie te plaatsen.

Een camera die maar een beetje hoger staat, bijvoorbeeld rond drie meter, kan juist ongelukkig uitpakken. Voor een leek kan het beeld nog steeds op ooghoogte lijken, terwijl het gebouw door het hogere perspectief kleiner overkomt.

Als we afwijken, kiezen we daarom regelmatig voor een standpunt iets onder ooghoogte. Het gebouw kan daardoor groter en indrukwekkender overkomen.

Een duidelijk hoger standpunt kan eveneens goed werken, maar heeft een andere functie. Vanuit zo'n positie kun je beter een plan inkijken en worden de onderlinge ligging van gebouwen, straten, tuinen en openbare ruimte duidelijker.

Afstand en beeldhoek

Over het algemeen proberen we voldoende afstand tot het gebouw te nemen om met een natuurlijke beeldhoek te kunnen werken, bijvoorbeeld rond 35 mm. Daarmee blijven de verhoudingen van het gebouw doorgaans geloofwaardig.

Een bredere hoek kan nodig zijn wanneer de beschikbare ruimte beperkt is of wanneer veel van de omgeving zichtbaar moet worden. Zo'n groothoek kan een spectaculair beeld opleveren, maar zorgt ook sneller voor vervorming. Delen dicht bij de camera worden sterk uitvergroot, terwijl andere onderdelen juist verder weg lijken.

Een brede beeldhoek is daarom geen automatische oplossing om meer van het gebouw in één beeld te krijgen. Of deze werkt, hangt volledig af van de vorm van het gebouw, de locatie en het verhaal dat het beeld moet vertellen.

Standpunten kiezen in het 3D-model

De definitieve camerastandpunten kiezen we in het 3D-model. Dat proces lijkt sterk op architectuurfotografie, met als verschil dat het gebouw nog niet gebouwd hoeft te zijn.

We bewegen door het model, bekijken het ontwerp vanuit verschillende richtingen en zoeken naar sterke zichtlijnen, verhoudingen en composities. Daardoor kunnen we snel beoordelen welke hoek het gebouw diepte geeft en welke onderdelen juist uit beeld verdwijnen.

Hoe dat proces begint, verschilt per opdracht. Soms heeft de opdrachtgever de exacte standpunten al bepaald. In andere gevallen ontvangen we een globale omschrijving van wat er in beeld moet komen en maken wij op basis daarvan meerdere voorstellen. Soms wordt de keuze volledig aan ons overgelaten.

De gewenste standpunten behoren daarom tot de nuttige informatie bij de start van een artist impression, ook wanneer het nog maar om globale voorkeuren gaat.

Wat als het gewenste standpunt niet goed werkt?

Een opdrachtgever kent het project en heeft vaak een duidelijke reden om een bepaald onderdeel te willen laten zien. Toch levert het gewenste standpunt niet altijd het beste beeld op.

Wanneer wij zien dat een andere hoek het gebouw sterker laat uitkomen, adviseren we daarover en maken we een concreet voorstel. De opdrachtgever kan de alternatieven dan inhoudelijk beoordelen.

Uiteindelijk beslist de opdrachtgever. Dat betekent dat we soms een standpunt uitwerken dat wij zelf anders zouden hebben gekozen. Onze taak is om tijdig duidelijk te maken wat de gevolgen zijn voor de compositie en het eindbeeld.

Probeer niet alles in één beeld te stoppen

Een veelvoorkomende wens is om zo veel mogelijk onderdelen van een project in één impressie te laten zien. Bij wijze van spreken moeten de voor- en achterkant van het gebouw beide zichtbaar zijn.

Begrijpelijk is die wens wel: één beeld lijkt dan meer informatie te geven. In de praktijk gaat dat vaak ten koste van de compositie. Het gebouw krijgt geen duidelijk zwaartepunt en geen enkel onderdeel komt werkelijk goed tot zijn recht.

Vaak is het beter om een sterk beeld te maken waarop niet alles zichtbaar is en een tweede standpunt toe te voegen voor de ontbrekende informatie. Dat levert meestal een betere presentatie op, maar heeft vanzelfsprekend financiële gevolgen omdat twee impressies meer kosten dan één. In wat kost een artist impression? leggen we uit hoe het aantal beelden doorwerkt in de calculatie.

Wanneer werkt een standpunt niet?

Een camerastandpunt werkt niet wanneer het gebouw niet optimaal zichtbaar wordt of wanneer de belangrijkste kwaliteiten van het ontwerp verdwijnen. Dat kan gebeuren doordat te veel onderdelen tegelijk aandacht vragen, maar ook doordat de gekozen hoek het gebouw volledig plat laat slaan.

In zo'n plat beeld is nauwelijks diepte zichtbaar en zijn de vorm en opbouw van het gebouw moeilijker te begrijpen. Een kleine verplaatsing van de camera kan al genoeg zijn om een zijgevel, verspringing of zichtlijn zichtbaar te maken en het beeld meer diepte te geven.

De sterkste keuze is daarom niet automatisch het standpunt waarop het meeste te zien is. Het is het standpunt dat precies genoeg laat zien om het doel van het beeld te bereiken, de belangrijkste kwaliteit van het ontwerp duidelijk maakt en als compositie overtuigt.

Advies nodig over het aantal beelden en de standpunten?

Op basis van het ontwerp, het doel en de doelgroep kunnen we voorstellen maken voor een logische serie camerastandpunten. Neem gerust contact met ons op.